Persoonlijk

U bevindt u op de website – Wijds – , waarmee ik u van dienst wil zijn. Ik ben Debbie Schwager. Geboren in 1953, weet ik mij een jonge zestiger. Opleidingen en levenservaringen deed ik op in de gezondheidszorg: in verpleeghuizen, in een algemeen ziekenhuis en een psychiatrisch ziekenhuis, in pastorale activiteiten en in hecht vriendschapsverband. Jaren werkte ik als wijkverpleegkundige in een volkswijk. Daar kreeg ik wat ik nu noem, een cadeau voor mijn leven: ik leerde ‘ in het gewone, het bijzondere te ontdekken’. Tot op de dag van vandaag vergezelt me die houding, die mij, in allerlei omstandigheden tot hulp is gebleken.

Een houding, die mij en de aan mij toevertrouwde mensen goed van pas kwam om als algemeen maatschappelijk werker in de hulpverlening werkzaam te zijn, dienstbaar aan de naaste. Daarin had ik een prachtige baan, goede collega’s, ik had vriendschappen voor het leven, was blij, gelukkig en tevreden met mijn leven.

Als bliksemflits bij heldere hemel viel mij in die periode opnieuw een ervaring toe, die achteraf  bleek een levensgeschenk te zijn. Die mijn hart en hele wezen doortrok en mijn levensomstandigheden ingrijpend zou veranderen. Die mij bij – en op mijn bestemming heeft gebracht. Innerlijk reisde ik in korte tijd door ongekende hoogten en diepten, intens geluk en diep verdriet gingen hand in hand. Ik was gevonden door een weg, een stroom, en die richtte mij. Gevonden als ik was kon ik niet anders en wilde ik niet anders dan dat vreemde, vertrouwde en ongekende landschap betreden, de onbekende weg gaan die zich stapje voor stapje zou ontvouwen. Op een laag in mij die ik toen nog helemaal niet bevatten kon, was ik een en al overgave en voelde ik mij peilloos bemind.

Het Onnoemelijke, de Levende, de Allerhoogste, met de ontelbaar vele namen was mij overkomen. Overeenkomstige benamingen zijn: Mysterie, Bron, Allah, het Al, de Barmhartige, God, de Eeuwige, aangeduid met Hij of Zij.

Die bracht me in een communiteit in oprichting. Nooit eerder had ik mij zo op mijn plaats gevoeld als daar. De gedachte dat ik als mens altijd onderweg ben, in beweging, de gedachte dat mijn leven een pelgrimage is, verschoof langzaam aan naar de achtergrond. Alles wat mij overkwam in die meer dan tien jaar communautair leven, in het ritme van getijdengebeden in oecumenisch verband, verstond ik als roeping.

Nu, ik schrijf januari 2015, veel jaren later, veel worstelingen, veel gemaakte fouten, veel verwondheid, een enkele oplossing en veel geduld, aanvaarding en inzichten rijker, zie ik mij herplaatst in een nieuwe bestemming, en weet ik mij geworteld in goede grond. Goede grond die als een bodem onder mijn bestaan geschoven is, door de hierboven beschreven ervaring in de periode van het maatschappelijk werk. In vaste en doorleefde grond sta ik, met twijfels en vragen, met goede bedoelingen en falend menszijn, met kwaliteiten en onhandigheden, met onzekerheden en vol vertrouwen. Deze grond noem ik bij  naam. Die Naam is voor mij even klankrijk als veelkleurig, even onverwacht als verrassend, even aanwezig  als ongrijpbaar, even onbegrijpelijk als  onontkoombaar in mijn leven.

Belangrijker in uw, in jouw contact met mij, is de naam, het woord, dat u, dat jij al dan niet gebruikt voor datgene waardoor u zich geraakt voelt, gekend weet, geroepen en op weg gezet voelt. Of is er helemaal geen naam, geen woord, geen weg, is er leegte, niets? Is er verlangen dat drijft, onrust die aandacht vraagt, heimwee dat roept? Een naam, of begrip is als een woord, beperkt en tekort doende. Toch hebben wij mensen woorden nodig om ons uit te drukken, om met elkaar te kunnen spreken, delen, uitwisselen, elkaar te verstaan, om samen te zoeken en samen heilzaam te kunnen zwijgen.

In 2004 verscheen er een boekje met de titel: ‘ Wat je schrijft ben je zelf’.  Die woorden raakten  mij en daarom geef ik u het voorgaande, als een foto, een kiekje, een schets van mij, een blik op wie ik ben.      ‘ Kom en zie’.